dinsdag 30 januari 2018

Twee oorlogen/twee werelden (Uris en Sytzen)

In de jaren vijftig/zestig, de jaren die ik nodig had om te puberen, had je niet veel boeken. Ja, natuurlijk waren die boeken der allemaal wel, Mulisch/Reve/Wolkers/Lampo/Boon, schreven hun vingers blauw, maar ik kon ze niet zozeer lezen lezen in mijn leven op het platteland van toenmalige Drenthe. W.G. van der Hulst en meer van die dominee boeken waren aanwezig, eigenlijk. 
Ik las wel, wie van mijn masculine generatie genoten deden dat niet, 'Arendsoog en Witte Veder', 'Karl May', 'Biggles' en misschien zelfs 'Pim Pandoer' (van Carl Beke) hoewel die boeken moeilijk te vinden waren in de bieb, die, ik woonde in een klein dorp, in de slechts twee middagen per week open maar ook hele kleine bibliotheek.

Goed, in de jaren zestig waren mijn ouders lid geworden van een boekenclub, ik geloof dat het van de arbeiderspers was, nee, niet dat mijn ouders zo in de rooien waren, integendeel, maar omdat die uitgeverij boeken op een verzendlijst zetten en die je dan kon bestellen, een voorloper van Bol.com, zeg maar. Ik weet dit omdat ik nogal wat boeken van mijn ouders heb geërfd, onder andere van Dick Dreux, een van hun meest verkopende schrijvers, een man, zo geheimzinnig en zo onbekend, dat ik daar, binnenkort, een Blogje over ga schrijven. Maar ja, de Arbeiderspers was nogal linksig, zoals de naam al doet/deed vermoeden. (Gelukkig kon je kiezen voor je bestelde, nooit hebben boeken van echte linkse auteurs onze boekenkasten gesierd, geen Markx, geen Sartre, geen De Beauvoir, geen Simenon, hebben ooit onze planken vervuild, zeg maar.

Enfin, in die reeks van AP boeken, kwam, maar misschien was het toch wel van een hele ander uitgever, ik was nog geen vijftien, begrijp je, dus niet zo op de hoogte met de wereld, ook het boek: 'Soldaat, Ravijn, Landgenoten' van ene Job Sytzen in ons huis. Een trilogie die over de hopeloze strijd van ons leger in de Oostindische Archipel ging, een strijd die we wel moesten verliezen omdat Hank the Yank tegen ons was in die echte heuse en laatste echte Nederlandse oorlog. Een oorlog waarin wij een rol speelden als de Yanks in Nam, zeg maar, goede en duidelijke zaken niet te na gelaten. Maar goed, die oorlog(en) (Nieuw Guinea kwam nog) verloren we.
Maar goed, ik las, je bent jong en vol levenslust, dat boek over de dappere patrouilles rond en in de sawa's, over die go.vergeten plopper 'snipers' en over de manier waarop onze 'Blanda' troepen door de bewoners van Indonesië, zoals ze dat land durfden te noemen, werden onthaald, beter verketterd, Gv., wij waren toch hun bevrijders, waarom traden die lui zo tegen onze militairen op, wij waren toch de goeien? Ik besloot meteen, zo gauw ik van school af was, om in 'het leger' te gaan, Gv. dat zal ze leren!

Later kwam Vietnam, die afgrijselijke oorlog, later kwamen de beelden van die afgrijselijke oorlog, kwam de discussie over die afgrijselijke oorlog, kwamen de protesten tegen die afgrijselijke oorlog. Indonesië  was voor ons land voorbij, wij hadden nog wat eilandjes in de West en natuurlijk was daar ook nog Sranang, een 'kolonie' waar de beste mensen in alle haast hun land verlieten omn zich in e Bijlmer en in Rotjeknor te gaan vestigen.

Ik las toen, in die jaren, eind zestig, net 'Battle Cry/Gezworen Kameraden', van Leon Uris, nadat ik het geweldige boek 'Exodus' al gelezen had. (Dat boek gaat over de uittocht van Joden naar Israël en is een geweldige geschiedenis van en over het Joodse volk. Na Battle Cry, besloot ik Marinier te worden, maar: 'Tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren' zoals Willem Elsschot al schreef. Ik had een bril en nee, geen tor droeg een bril.

Dus werd ik maar ziekenpa, tweede keuze. Ja, tweede keuze, want mijn hele familie, van mijn moeders kant, hadden op een of andere manier in de 'pleeg' gezeten, zeg maar.

P.S. Ik schreef eerst in Arial, maar ik heb, zelf, de indruk, dat dat heel saai lezen is. Nu schrijf ik in Courier 12. Geef aan wat jullie, lezers prettiger vinden, please?
Grt, Lucas

.

donderdag 25 januari 2018

Robert Leckie/Leon Uris en nog veel meer 'oorlogsboeken'.

Een van de eerste boeken over oorlog, nu ja dreigende oorlog, in ons land die (of is het dat?) ik las was van Roothaert, ik heb veel over hem geschreven, en ook dat boek, "De vlam in de pan", heeft mijn leven behoorlijk veranderd. Ik had, van mijn ouders op mijn achttiende verjaardag, de geschiedenis van de KM in WO2 gekregen, een dubbeldik boekwerk van K. Bezemer, getiteld: "Zij vochten op de Zeven Zeeën" en "Verdreven doch niet verslagen". Absolute top geschiedenis, die Lou de Jong niet verbeterd zou kunnen hebben. Maar ja, vaak was het wel een droge opsomming van oorlogspatrouilles van onze toenmalige KM, soms gelardeerd met wat humoristische ervaringen van onze maten.
Maar boeken als "Spionage in het Veldleger" (overigens de eerste echte spionage roman die ter wereld ooit geschreven is) en "Vlam in de pan", beiden van die Roothaert, verlegde mijn interesse niet zozeer naar dienen in het leger, maar vooral waarom onze Defensie in de jaren van oorlog zo was uitgekleed. (Roothaert diende als luitenant in WO1 en als kapitein in WO2 en had dus oorlogservaringen zat, hij was Comapgnie CDT en vocht rond Delft en Den Haag, tegen de paratroepen van de Wehrmacht.)

Goed, ik had dus "Gezworen Kameraden" van Uris gelezen en ook de boeken van Robert Leckie: "Strong men armed" en "Helmet for my pillow" en ja, die boeken maakten nogal indruk. Dus ja, zou ik MARN kunnen worden? Mijn hart twijfelde, ik was toch meer van het water dan van het land, maar, mijn zeventien jarige geest zag me wel een of ander strand op stormen, een helm op mijn kanis, een sigaret in mijn mondhoek en een geweer in mijn arm.Maar dat ging natuurlijk helemaal niet lukken, want ik was brildragend en ja, een brilletje en het Korps, nee, no way, zeiden ze in het MARKEURSEL, hoewel het toen nog anders heette, geloof ik. Uiteindelijk werd k 'ziekenpa', een vak waar ik goed in werd en waar ik nooit verdriet over heb gehad. (Ja, je kon ook toelis (schrijver) worden of MB (Magazijnbeheerder) of zo, maar dan was (frequent) varen bijna out of the question, eigenlijk.)
Ik koos dus voor de ziekenpa opleiding en ja, na die opleiding ging ik bijna meteen varen op een mijnenveger, deed cursussen in duik ziekverpleging en alles en had een geweldige tijd. 

In de jaren zeventig begon ik boeken van Douglas Reeman te lezen en maatje B.S. (nee, niet zo lezen) en ik wisselden oorlogsboeken uit. We lazenKirst en Remarque en ja, we lazen veel. Later, niet veel later, was de Vietnam oorlog op een hoogtepunt gekomen, het was '73 of zo. De eerste boeken over de tweede Wereldoorlog kwamen eigenlijk net uit, James Jones' boeken als: "From here to eternity", The thin red line" en zo, maar ook Norman Mailers: "The naked and the dead" maakten enorme indruk op me.

Ik las meer en meer. Ik las Jones/Dibner/Caputo/Webb/Barker/Marlantes. Al die boeken versterkten mijn indruk dat militairen/mariniers/soldaten/marinemensen een, noem me belachelijk, maar wel een uitverkoren soort volk waren. Een soort ras, als ik het zo mag zeggen, dat hun principes, nu ja, hun basis vonden in het feit dat zij hun land/democratie/volk moesten en wilden dienen, hoe dan ook. Ja, natuurlijk, je werd betaald, je kreeg een perfecte opleiding en zo, maar der zat een ideologie achter en jullie, die dit stukje lezen, van Bintang tot Bertus S. en Bertus V., van Michael tot Mario, van Frans en Joop en Gerrit en van Ronald tot Wilma (dit zijn dan allemaal gabbertjes van me) zullen dat, we zijn Nederlanders natuurlijk, wat 'grumppie' erkennen, maar jullie zullen het erkennen. Ons dienen heeft een achtergrond gehad. We waren gemotiveerd, we wilden onze 'democratie', noem het zo, dienen en verdedigen. Bintang deed dat al in de Oost, ik deed dat tijdens de koude oorlog, de rest deden dat in latere conflicten, maar wij waren militairen en niet voor niets!


woensdag 24 januari 2018

Over "oorlogsboeken", die mijn leven veranderden. (1)

 Afbeeldingsresultaat voor hms repulse fotos



Het eerste echte boek over de (tweede wereld) oorlog dat ik las, was "Zr. Ms. Ulysses." Het was een boek van ene Alistair MacLean, het was eigenlijk zijn allereerste boek. Later schreef hij heel veel meer, onder andere "De kanonnen van Navarone" en zo. Na die twee top boeken is hij, die MacLean, aardig in de vergetelheid geraakt, overigens. 
Ik kocht dat Ulysses boek, een paperback, in de boekwinkel van het CS van Groningen. (Toen hadden stations nog boekwinkels, namelijk.)
Ik kon dat boek kopen want ik had wat, voor mijn leeftijd, aardig geld verdiend doordat ik weken bij mijn zwager Max een tijd had gevaren in, laat ik zeggen, de kustvaart, op een coastertje dus, ik was overigens net dertien of veertien.
Het boek dat ik kocht sprak me vooral aan doordat het een fraaie kaft had, een foto van een oorlogsschip dat hevig vuurde uit zijn beide voorste torens. (Zie boven, een salvo van HMS Repulse, een slagkruiser.) Ik was natuurlijk niet zo 'In the Navy, toen'. In mijn familie had nooit niemand bij de marine gediend. Mijn oudere broer was 'dpl huzaar' (helaas van de huzaren van Boreel, maar ja, daar kon hij, mijn broer, toen niets aan doen, toch?) 
Een vaag gerucht ging in onze familie dat een of andere voorouder gediend had als sergeant bij Het Korps, maar ik ben dat nooit nagegaan, misschien doe ik het ooit?
Enfin, het boek van MacLean gaf me een trigger, zoals dat heet. De KM was wel wat, natuurlijk, in elk geval uit dat boek bleek wel dat de RN wat was. Het jaar erop werkte en voer ik weer op die coaster en las ik "De wrede zee" van Monsarrat. Het opende de weg naar mijn sollicitatie bij de marine.
Die twee boeken, HMS Ulysses en The Cruel Sea, hebben mijn leven inderdaad bepaald. Na het lezen van die boeken heb ik daadwerkelijk, helemaal tegen de zin van mijn ouder in, dienst genomen. Ja, een romantisch verhaal, natuurlijk, maar der kwam wat bij.
In die jaren betoogde heel links Nederland tegen alles wat NIET links was, tegen de USofA, tegen de VVD, tegen de Defensie, noem maar op. Ik wist dat ik, van huis uit meegekregen, niet links was. Ik verfoeide Marcus Bakker met zijn grote Bakkes, een man die Stalin maar bleef verdedigen, Stalin, een massa moordenaar, ik verfoeide Ho Chi Min, uit Noord Vietnam, weet je nog, die ook een soort Stalin was, ik verfoeide al dat soort figuren die, onder hun zogenaamde menselijke leiding, mensen af gingen slachten, die het niet met hun eens waren, ene Che Guevara, en die achterlijke mini sergeant die leider van Cuba werd: ene Fidel Castro. Maar ik verfoeide ook gasten als Evita en haar man,die magoggel van een Peron, vreselijke mensen die hun land in een houdgreep van angst en armoede hielden.

Soit, veel info, veel nutteloze info. Goed, ik had besloten om niet op de molen van mijn ouwe heer te gaan werken, maar om dienst te nemen bij de KM. Varen, wijde verten zien, landen te bekijken en ja, gewoon, varen en zo. Tot ik bij mijn ouder het boek: "Gezworen Kameraden" (Battle Cry) van Leon Uris in de gaten kreeg en ik het ook nog eens ging lezen.
Een roman over de USMC, het Amerikaanse Korps Mariniers in de WO2, met hun leven en lijden onder andere in Guadalcanal.

=Man: ik moet marinier worden, da's het leven, dacht ik toen, en over hoe dat niet kon, hoor je later=

maandag 8 januari 2018

Over Willem Elsschot

'En, ho, ho, ho', hoorde en las ik trouwe lezers brullen, 'what about good old Willem Elsschot? Waarom is hij der niet bij?' Nu ja, geliefde Blog lezer van me, dat heb ik even apart gehouden, want daar gaat dit hele stuk nu over. Die Elsschot is/was misschien wel de meest begaafde Vlaamse schrijver van de vorige eeuw, sterker, misschien wel de beste Nederlandstalige schrijver van al die vorige jaren, hij leefde van 1882 tot 1960 en heeft dus Coolen/Roothaert/Lampo en al die coryfeeën gelezen en waarschijnlijk gekend, ga ik dan maar even van uit. Zijn oeuvre is niet heel groot, het verzamelde werk beslaat een kleine 800 pagina's maar het is heel belangrijk, want zo goed geschreven en, vooral, voor het eerst was het een Vlaamse schrijver die herkenbaar Nederlands schreef, zonder al die fraaie Vlaamse woorden, die geen Nederlander herkende, zonder woordenboek.
Naast een goede proza schrijver was hij ook nog eens een fantastisch dichter. Zijn boeken als: Kaas en Lijmen/Het Been zijn bijna magisch realistisch te noemen en ik heb ze dan dus ook met veel plezier gelezen. Ook zijn gedichten zijn fraai, hoewel ik geen echte poëzie liefhebber ben, maar de meest fraaie regel uit onze Nederlandse gedichten taal komt toch van hem, vind ik, namelijk: "Tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren". Ik geloof ook dat de zin: "Kaas marcheert altijd", uit het boek 'Kaas', een van de fraaiste proza zinnen is, ooit in onze taal geschreven

De man heette natuurlijk, zeg maar, helemaal geen Elsschot, die naam had hij aangenomen, natuurlijk. Zijn echte naam was Alfons de Ridder. Hij was de zoon van een bakker uit Antwerpen. Hij studeerde graag en gemakkelijk en begon de liefde voor het lezen en de literatuur al jong te ontdekken. Door een of ander, nooit echt opgehelderd misverstand, werd hij van het Atheneum gestuurd en ging hij, onder andere, bij een scheepswerf werken, de werf Gusto, in Schiedam. Hij werd daar een zogenaamde 'handels correspondent'. Daar, vlak bij Rotjeknor dan, werd hij door een secretaresse aangemoedigd om zijn verhalen te publiceren. Die secretaresse, mejuffrouw Van der Tak, heeft zijn eerste manuscript, Villa des Roses, keurig uitgetikt, hij zond het verhaal in en het (boekje) werd in 1910 gepubliceerd.
Later ging hij in de reclame wereld werken, met tegenzin, overigens. Hij werkte voor diverse tijdschriften waaruit hij het fictieve: "Algemeen Wereldtijdschrift" destilleerde dat in nogal wat van zijn boeken voorkomt. Dat zogenaamde tijdschrift is een totale leugen, volgeschreven met allemaal ditjes en datjes en voorspeld de lezer de fraaiste dingen, maar zaken die uiteindelijk allemaal neerkwamen op leugen en bedrog.
Toch heeft hij, met heel veel tegenzin, zijn eigen reclame bureau gesticht. Een van zijn fraaiste zinnen uit die tijd was: "Lofzang op de mostaard" (eet mosterd van Tierenteyn Ferdinand / veruit de bekwaamste fabrikant / van ons beminde Belgenland).

Daarnaast bleef hij natuurlijk ook schrijven. Zijn oeuvre is niet heel groot, ik zei dat al, zijn verzamelde werk beslaat 750 pp, (uitgave 1957, Van Kampen en Zoon, Amsterdam). Maar het is wel allemaal helemaal raak. Boeken als Kaas, Lijmen en Lijmen/Het Been, zijn vermakelijk, vooral om dat hij met inzicht verteld hoe die reclame wereld, waarin hij redelijk toonaangevend was, werkt. 
Ook zijn gedichten zijn heerlijk te lezen, vooral omdat ze nog rijmen ook. Ik geef even de strofe die hem wereld beroemd maakte in het Nederlands talig taal gebied:
Over (zijn) mislukte huwelijk:)
"Maar doodslaan deed hij niet, want tussen droom en daad 
staan wetten in de weg en praktische bezwaren
en ook weemoedigheid, die niemand kan verklaren,
en die 's avonds komt, wanneer men slapen gaat."
Fraai, toch?
Nu ja, even deze, toen zijn dochtertje overleed:
"De aarde is niet uit haar baan gedreven
toen uw hartje stil bleef staan,
de sterren zijn niet uitgegaan
en 't huis is overeind gebleven."

Zo triest, toch! 

Goed, ik heb mijn laatste bijdrage over voor mij ooit echt ter zake doende schrijvers geleverd, mijn 'dertigers', noem ik ze maar even, omdat ze vaak een jaar of dertig/veertig waren toen ze hun grote werken uitbrachten.
Mochten jullie geïnteresseerd zijn in de (ouwe) "hardcopies" van die werken dan zijn ze heel gemakkelijk te bestellen hoor, voor een spotprijs. Dus ga niet naar Bol.com maar kijk op b.v. Boek2, op Boekwinkeltjes of antiquariaat Dick Zandbergen.
Ja, natuurlijk zijn ze misschien te downloaden, kan. Ik weet alleen dat de boeken van mijn 'dertigers' wat meer rust en plezier uitstralen dan al die opgefokte hedendaagse "echte' literatureluur. Bovendien heb ik het liefste een echt boek in handen en nee, ik hou niet zo van readers, maar da's ieder zijn zin. Ik raad jullie aan die boeken in ieder geval te lezen!

=Later meer over lezen en boeken, o.a. over Ruiz Zafon en zo=

dinsdag 2 januari 2018

Over Roothaert en anderen, weer eens

Afbeeldingsresultaat voor Roothaert foto



Dus heb ik het boek 'Munich'  van Robert Harris, de befaamde thriller schrijver die onder andere 'Fatherland' en 'Enigma' schreef, terug gebracht naar de bieb. Een boek dat me aanvankelijk heel erg trok, het ging namelijk over de onderhandelingen in München in 1938, tussen de Engelse premier Chamberlain en en de dictator van Duitsland, Adolf Hitler.
Ik was wel helemaal benieuwd om het boek te lezen, mag ik je wel zeggen, het thema beviel me erg.
Maar, ik begon aan het boek en nee, dat boek was taai en bereikte me niet, ik kwam helemaal niet in het verhaal. Goed, zoiets ligt aan mij, de lezer, waarschijnlijk. Ik heb het zelfde ook een beetje met het laatste boek van Ruiz Zafon, 'Het labyrinth der geesten' het p(l)akt niet. Het maakt geen indruk. Het zijn wel allemaal nieuwe boeken, dat wel, ze zijn net net een maand of wat uit, maar nee, helemaal geen 'klik' met die werken. Terwijl ik, de afgelopen zomer al de boeken van Zafon en Harris heb herlezen?!

Dit, dat niet plakken, dat niet interessant zijn van boeken,dat niet gegrepen worden door die boeken, is in tegenstelling tot bijvoorbeeld: 'Een avondje in de Muscadin', uit de jaren vijftig van de vorige eeuw, van, lees hier onder, Roothaert.
Ondertussen ben ik wel helemaal, ik schreef het al, in de ban van die Mr. A. Roothaert geraakt, ik schreef al eerder over hem. Maar nu wil ik meteen eens iets opklaren. Die Mr., ja, hij was afgestudeerd jurist, heeft vaak gepleit en zo, nu ja, die Anton Roothaert is in zijn gehele leven in verband gebracht en beschuldigd van, antisemitisme en van vreemdelingenhaat. Da's naar en daar is overigens geen ene moer van waar. Roothaert was een man die geen anti gevoelens had, Roothaert was een gevoelige man, zonder na-ijver en hij had al helemaal geen anti Joodse of anti buitenlander gevoelens. Nu ja, hij had iets tegen de 'fijne' katholieken.
Ik las, jaren geleden, het eerste boek dat de man ooit schreef: 'Spionage in het Veldleger' en, hoewel het boek in de jaren twintig stijl was geschreven, was ik meteen verkocht, zo goed en zo mooi was het. Niet alleen door het verhaal natuurlijk!

(Een zijstap: oké de boeken van A.M. de Jong, over Merijntje Gijzen heb ik ook verslonden, net als zijn "Dagboek van een Landstormman' en 'Frank van Wezels roemruchte jaren'. Fantastische boeken over de mobilisatie van 1914-'18 door Nederlandse ogen bekeken! Die boeken waren ook heel fraai en goed leesbaar, net als de Merijntje boeken!)

Maar soit, ik las, ik schreef het al eens, het boek 'De vlam in de pan' van die Roothaert. In dat boek vertelde hij hoe hij, als reserve kapitein, de meidagen van 1940 was doorgekomen, nadat vele regeringen de vaderlandse defensie tot op het bot hadden uitgekleed. Door zijn eerlijke boek, je kunt het via Internet bestellen en ik raad het je aan om dat te doen, werd hij uiteindelijk voor slechte Nederlander uitgemaakt, hij zou heulen met de bezetter. Hij vertelde namelijk eerlijk dat het NL leger zich geweldig weerde, dat de NL soldaten een enorme motivatie hadden, maar ja, wapens, als ze die al hadden, uit het jaar nul. De Duitsers waren veel beter voorbereid, maar het Nederlandse leger had zich enorm verweerd. Maar, defensie was verraden door de regering en de politici van die jaren. Ja, der speelt in zijn leven en loopbaan meer, natuurlijk, een nare echtscheiding en zijn haat tegen alles wat RK is en zo.
Dus Mr. Roothaert verbleef, na de oorlog, de rest van zijn leven in België, waar hij, niettegenstaande het RK bestaan in dat land, gewoon kon blijven schrijven en uitgeven. Je kunt, hij is natuurlijk al jaren dood, al zijn boeken bestellen via het net, goedkoop en snel geleverd.

Maar ook las en kocht ik boeken van Antoon Coolen, die fraaie (Brabantse) romans schreef. Ik gaf al eens aan dat Dorp aan de Rivier tot een Nederlands pronkstuk moest zou gaan behoren, zuks dan, want het is een geschiedenis over een bestaande arts, ene Wiegersma, waarvan zijn huis nog steeds bestaat en zijn tuinpad ook nog. Hierover schreef ik ook al: Het tuinpad van mijn vader!
Om maar te zeggen dat de 'oudere' NL literatuur veel heeft. Niet alleen die mensen, randfiguren in de NL literatuur zoals de lafbekken Ter Braak en Du Perron, die ik in het vorige Blog nog net niet 'afzeek', maar dat binnenkort wel ga doen, maar vooral de goede schrijvers uit het Interbellum, die jaren tussen de wereldoorlogen, hebben het vaak voor hun kiezen gehad..
=later meer=


Winkels weer open, weer gedoe

 Gisteren ging ik naar de bieb. Ik kwam langs de terrassen van de horeca op het 'Stadsplein' en ik zag dat het goed was. Veel mensen...