woensdag 29 november 2017

Lezen en zo deel twee


Emile Zola.jpg


Nu ja, voortbordurende op het vorige Blog in deze (vrij) nieuwe reeks, vertelde ik al dat ik in Mokum terecht kwam en Innes en Reeman ontdekte, geen hoge literatuur, natuurlijk. Gewoon spannende verhalen van oudere heren die, rond WO1 geboren, de oorlog aan den lijve hadden ondervonden en daar spannende verhalen over vertelden. Daarnaast waren er, in die spannende jaren zeventig, nog heel veel schrijvers die spanning brachten, denk aan Alistair MacLean, Geoffrey Jenkins, Martin Dibner, hoewel die iets later was, maar ook aan mensen als Justin Scott, Fullerton en Basset. 
Nu jullie ogen tuiten, zeg maar, wil ik alleen zeggen dat je niet alles gelezen kunt hebben en ja, ik heb natuurlijk veel schrijvers compleet, maar ook heel veel niet.
Op een gegeven moment trok ik bij een dame in, die nog bij haar moeder woonde, en daar hadden ze bijvoorbeeld Zola en Lampo en meer van die echte literatuurpausen. Ik begon voorzichtig met Zola, (zie foto) hebbende gehoord dat hij een 'deksels moeilijke schrijver' was. Maar man, oh man, wat viel dat mee. Zola was een naturalist en vertelde, goed, wel in de taal van die jaren, maar zo fraai geschreven, over de meest uiteenlopende onderwerpen. Over de mijnwerkers en hun lot, over 'de buik van Parijs' dat waren dan de Hallen, de enorme markt waar alle verse producten voor die stad werden verhandeld. Hij schreef ook over de verloren oorlog van de Fransen in 1870-/1871 tegen de Pruisen, hij vertelde dat allemaal in het kader van een grote familie, de Rouchon Macquart's. Een serie, vuistdikke romans van 21 delen. (Ik heb eerder over Zola geschreven in mijn geschiedenis Blog, zie daar.) Ik heb ze niet allemaal kunnen lezen, overigens, de familie had slechts vier of vijf delen van die serie.
Goed, over Lampo dus, mijn grotere held in die dagen. De man schreef, vanaf de jaren vijftig,  zogenaamde "magisch realistische" romans, waarbij het meest bekende werk wel 'De Komst van Joachim Stiller' was en is. Ik verslond zijn werk(en). Ik heb het, hij is al jaren overleden, helemaal compleet, maar, het is, laat ik het zo zeggen, niet meer helemaal genietbaar. Op zijn oudere dag werd hij wat zeurderig en te romantisch, zoiets. Hij ging een soort suikertaarten proza schrijven, maar ik ben hem nog steeds trouw en herlees, te hooi en te gras, nog wel eens wat van hem, natuurlijk vooral het oudere werk. Momenteel gaat hij van een ereplaats in een van slaapkamers naar de grote zolder van onze woning. 
Daarna moest ik overstappen, vond ik, naar de Nederlandse literatuur, Lampo was een Vlaming, natuurlijk en ja, de Hollandse letteren moesten geëerd, denk ik?
Helaas moest ik al heel snel niets hebben van de Nederlandse literaire wereld. Ik las wat van Reve, in al zijn namen en naamsveranderingen. Die man is onleesbaar en een prut schrijver. Niet volgbaar! Van Mulisch las ik ook wel eens wat, maar ja, de man was zo ingenomen met zichzelf dat dat op elke bladzij van al zijn boeken doorklonk. Wolkers, ging, niet alles maar vooral de pagina's over je-weet-wel, gingen er in als koek. Hermans was heel scherp en ik heb slechts een of twee van zijn boeken echt begrepen.
Zo sukkelde ik de jaren tachtig in. Ik las Tolkien, whoaw, ik las Forester, later Eco, Stockwin en Harris en Kerr en man, man, man, wat een schrijvers! Momenteel heb ik het laatste boek van Robert Harris, Munich, klaar liggen. Ik ben er een paar keer in begonnen, maar kom niet in het verhaal.
Ik heb namelijk een andere schrijver ontdekt, een man die in de jaren twintig tot en met zestig van de vorige eeuw schreef, een schrijver waar ik nu helemaal lyrisch van ben, Mr. A. Roothaert. Vooral bekend van de Vlimmen boeken.

=daar later meer over=



















maandag 27 november 2017

Over lezen, deel een, van heel veel.

Boeken ja, ik ga schrijven over boeken en over lees avonturen. Ik heb het verhaal/de verhalen over de misstanden in de wereld, waar ik zoveel over schreef, nu wel gehad allemaal, Ik heb dat allemaal veel en netjes en vaak scherp, soms venijnig en beledigend en soms boeiend beschreven in de Blogs: "In de wereld" en "In de super." Ik ga vanaf nu, op deze pagina's, schrijven over boeken die me gelukkig maken, die me interesseren, die me ergeren, die me boeien of die me afgrijzen injagen. En ja, dan krijg je het natuurlijk ook over de schrijvers van die boeken. Nee, ik geloof meteen dat jullie, geëerde Blog lezers, niet zoveel met mijn boeken keuze ophebben, maar ja, dat zij dan maar zo.
Ik trap een enorme deur in om er mee te beginnen te zeggen dat ik een afschuw heb van ene Arnon Grunberg, dat ik Reve een kladschrijver vind, dat ik Mulisch, op een enkel boek na, niet kan velen en ja, ik vind Wolkers wel wat hebben. (Nu ja, soms dan.)
Jullie begrijpen al dat ik niet zo geëxalteerd ben over de zogenaamde literatureluren, ik houdt het liever bij een gewoon boek. Een boek met een verhaal, met een begin een midden en, hopelijk, spannend einde. W.F. Hermans voldoet ook niet helemaal aan die kritieken, maar soms had hij, net als Heere Heersesma, wel eens van dat soort boeken.
Een van de meest opgeklopte teksten, door literaire critici dan, was het boek van Reve: "De Avonden", der is nog een stripboek van gemaakt ook. Niet om door te kommen, net als "Blauwe maandagen" van Grunberg, waar gaat dit over? Mulisch met zijn: "Voer voor psychologen"? Wat een verspillingen van goedbedoelende bomen!

Goed, ik geef een klein uurtje lees "biobliografie". Ik ben ooit, ik was zes of zo, begonnen met het eerste Arendsoog boek ooit. 'Arendsoog' heette dat, van de schrijver Nowee. Daarna volgden "Witte Veder" en meer van dat soort verhalen, duidelijk gejat en gebaseerd op de boeken van Karl May, maar daar kom je natuurlijk pas later achter. Dat was mijn eerste boek dat ik ooit las, na de Jip en Janneke boekjes van Annie M.G., misschien.
Volgens mijn moeder, dit is een historisch verhaal, las ik namelijk al vanaf mijn derde. Ik las namelijk het etiket van de "Chocopasta Berengoed", toen nog van dik karton, pot die op tafel stond. Later leerde ik natuurlijk echt lezen, zie mijn opmerking hierboven en vanaf mijn zesde was der geen houwen meer aan. Als er ergens letters op stonden, las ik het en dat is nog steeds, na zestig jaar, niet veranderd. Ik MOET lezen, ik moet letters/bladen/kranten, maar vooral, boeken onder de hand hebben. Echte boeken, geen E-books, nee, papieren boeken. Dit in tegenstelling tot een van mijn beste maten die alles download en alles wat hij wil lezen op zijn E-reader, heet dat zo, heeft. Nee, ik moet alles op papier hebben. Raar, ja, maar wel waar.
Ik ben pas dan gelukkig als ik een boek in mijn hand heb. Nee, natuurlijk: ik ben ook gelukkig als ik op mijn (race) fiets door de velden ga, als ik mijn vrouw zie, of mijn kids en zeker mijn kleinkinderen, maar you get the picture? Ik heb niets met niet op papier staande boeken.
Ik had dus al snel wat met boeken, met de Arendsoog serie, bijvoorbeeld, maar daar kwamen heel snel ook de Bob Evers reeks boeken bij. Ik was toen een jaar of tien of twaalf of zo, toen ik die boeken las. Mijn, jaren oudere, broer, kocht die. Het was een aantal avonturenromans van een drietal achttienjarige knullen die allemaal vreselijk spannende avonturen, in binnen- en buitenland, beleefden en die de wereld overvlogen of overvoeren, enorme knokpartijen uithaalden en goud schatten opgroeven en boeven het loodje lieten leggen. Ze bestelden her en der flessen London Tonic en broodjes Rosbief en ja, goh, man, dat was avontuurlijk! 
Ik heb, overigens, weer al die boeken met rooie oortjes verslonden (en gek genoeg heb ik ze nu net, als 65 jarige, allemaal herlezen, weer met rooie oortjes, maar dan van de flauwe en melige grappen) Ik vond ze terug op een van die vele boekendozen op zolder, een week of zo geleden.
Na, Arendsoog en Evers kwamen de boeken van K. Norel, een goed gristenmens, die veel boeken over de zee schreef, zoals: "Coasters varen uit", "Engelandvaarders" en "Varen en Vechten." 

Ik las meer en meer en in het begin van de jaren zeventig kwam ik in Mokum terecht met zijn hele vele boekenwinkels en ja, toen begonnen de Engelse jaren, die natuurlijk nog niet afgelopen zijn!
Ik kreeg Douglas Reeman en Hammond Innes in het snotje!

=later verder, veel verder=

Winkels weer open, weer gedoe

 Gisteren ging ik naar de bieb. Ik kwam langs de terrassen van de horeca op het 'Stadsplein' en ik zag dat het goed was. Veel mensen...