Tja een vreemde titel voor een blog nietwaar? Lees verder en je gaat het begrijpen!
Wat doe je op een echte Nederlandse zomerdag, als het regent en onweert en je niet kan gaan fietsen? Nu ja, ik ga dan een oude gewoonte weer eens oppikken, namelijk een stripverhaal lezen. Ja, lezen is, naast fietsen, een passie voor me. En ja, ik lees ook absoluut literatuur, hoor. Ik heb de tweedelige biografie over Douwes Dekker door Van der Meulen klaar liggen voor een nabije vakantie, ik heb Marcel Moring, en dat moet met een umlaut op de o, ik weet het, "In Babylon" en "Het grote verlangen" voor de aanstaande herfst of winter gereserveerd, net als de "Ontdekking van de hemel", van Mulisch, een boek dat ik al eerder las, maar hopelijk nu beter ga vinden, als ik het herlees.
Nu is het zomer, ik herlees Bill Brysons boeken vooral en amuseer me rot. Zijn boeken zijn heel vlot geschreven en geven een goed inzicht in allerlei landen en de geschiedenis van die landen. Zoek ze eens op in een bieb of op het net of zo. Ze zijn hilarisch!
Maar strips: dat is voor mij ook alweer zo een zomerding. Ik leerde stripboeken kennen, ooit, heel lang geleden, ik schreef er al over, tijdens lange vakanties bij een oom en tante, met neven en nichten, in Hilversum. Die mensen hadden strips in huis: Suske en Wiske en vooral Kuifje. Ik raakte in de ban van die beeldverhalen. In mijn leven bestonden ze niet, ze waren, de stripboeken dan, te 'stads', misschien, te 'katholiek' misschien, hoewel mijn ouders helemaal niet streng waren, maar ja, misschien hadden ze wel eens een verhaal gehoord over de stripheld "Dick Bos"die nogal verketterd werd omdat het een 'plaatjesverhaal' was.
Maar enfin, ik raakte in de ban van de strips, zonder mijn geloof in echte boeken te verliezen, overigens. Ik las ook Biggles boeken, ik las ook de boeken van Romeijn en Huizinga, ik las boeken van Karl May en Nowee, en ook de eerste boeken van Norel bijvoorbeeld
Maar goed, strips zijn me altijd heilig gebleven en ik lees en herlees ze nog vaak en veel. Dat begon eigenlijk pas in de zomer van '78. We, mijn ex, de heerlijke zoon, nu al weer vader, en ik waren op vakantie bij mijn oudste zus en haar man, ergens in en langs de Moezel. Ik had genoeg te lezen meegenomen, overigens, maar ook de drie delen van Blake en Mortimer: "Het geheim van de Zwaardvis" de eerste delen van een lang lopende story. (Een verhaal van E.P. Jacobi, hij was een Brusselaar.)
Ik raakte helemaal in de ban van de luchtmacht kapitein en de professor. Het waren natuurlijk figuren die gebaseerd waren op Sherlock Holmes en zijn trouwe medewerker, dokter Watson, maar ja, dat drukte de pret totaal niet. Het waren drie fantastische strips, overigens al jaren eerder gepubliceerd, sterker nog, in 1953 al, maar ja, NL en strips, in die jaren dan, lees boven.
Ik genoot van de tekeningen en van de verhaallijn die zich ontwikkelde. Heel in het kort: Een duivelse volksmenner, a la Hitler, maar in dit geval een man van Mongoolse afstamming, heeft een ultiem wapen ontwikkeld waarmee hij de hele wereld gaat veroveren, geholpen door ene kolonel Olrik. (Onthoudt die naam, hij is de tegenspeler in alle Blake en Mortimer boeken.)
Nu ja, alles mislukt natuurlijk en Blake en Mortimer komen als overwinnaars uit de strijd, maar niet heel eenvoudig. Voor mij was de strip een doorbraak, overigens.
Ik vroeg me af waarom de Belgen een patent leken te hebben op stripverhalen en waarom zij de beste stripverhalen ter wereld schreven? Zie: Kuifje van Hergé, zie Suske en Wiske van Vandersteen, Guust Flater verhalen en zo en zie meer van de Belgische strip tekenaars!
Zie dus ook en vooral: de Blake en Mortimer boeken E.P. Jacobs, die met zijn 'Le Rayon U', een heel groot oeuvre over Blake en Mortimer begon. Met heel veel toeval kreeg ik dat eerste deel in bezit.
Ik kom daar binnenkort heel vaak op terug.